Kipkroketjes

Restjes kip zijn zalig om in je koelkast te hebben. Wat je daarmee allemaal kunt klaarmaken, eindeloos veel…In Spanje bijvoorbeeld serveren ze de kroketjes als tapas (croquetas de pollo). Lekker lekker!

Ik maakte  kroketjes, proefde er één en de rest ging de diepvries in voor als er eens weinig tijd is om te koken.

001.JPG

 

 

600 g overschot van kip (of anders kook je een kip in bouillon, laat ze afkoelen en trek ze in stukjes)

1 ui, gesnipperd

60 g boter

60 g bloem

1/2 liter bouillon

peper, zout, muskaat, tijm

voor het paneren:

bloem, losgeklopte eieren, paneermeel of panko

 

Snij de kip heel fijn.

Maak een roux : stoof de ui in de boter tot ze glazig is.  Voeg de bloem toe en laat even meebakken. Giet er de bouillon bij en roer tot een gladde, heel dikke saus.

Voeg de kippenstukjes erbij en roer goed door elkaar. Kruid naar smaak.

Laat afkoelen in de koelkast gedurende een nacht.

Haal de ragout vlak voor de bewerking uit de koelkast. Snijd ze in stukken (of rol kroketjes). Niet te dik anders moeten ze te lang frituren of bakken

Zet 3 diepe borden klaar, een met gezeefde bloem, een met de geklopte eieren en een met het paneermeel. Haal vervolgens de gevormde kroketten door bloem, ei en laatst paneermeel. Let erop dat de kroketten volledig gepaneerd zijn, anders barst de kroket tijdens het bakken en loopt je vulling uit.

Leg de gepaneerde kroketjes terug voor een halfuur in de koelkast.

Verhit je frituurolie tot 180°C.  Frituur de kroketjes tot ze goudbruin zijn, ongeveer 4 minuten. Laat even uitlekken op keukenpapier.

Smakelijk!

Share on FacebookTweet about this on TwitterShare on Google+Pin on PinterestShare on LinkedInShare on TumblrPrint this pageEmail this to someone

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.